zaagbek
zelfstandig naamwoord /'zaɣbɛk/Betekenis
- één van een aantal eendensoorten uit het geslacht Mergus die voornamelijk vis eten en een gekartelde snavelrand bezitten.
Hoe spreek je zaagbek uit?
/ˈzaxbɛk/
Zaagbek bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| a | maan |
| x | acht |
| b | bak |
| ɛ | bed |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- Mergus benaming voor eendensoorten uit het geslacht Mergus die voornamelijk vis eten en een gekartelde snavelrand bezitten.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zaagbekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zaagbekjes | verkleinwoord, meervoud |
| zaagbekken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van zaag en bek
Woordfamilie van zaagbek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zaagbekje | verkleinwoord | zaagbek |
| zaagbekjes | verkleinwoord meervoud | zaagbek |
| zaagbekken | meervoud | zaagbek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zaagbek zijn vastgelegd.