zaagbank
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een bank waarop het hout ligt tijdens het doorzagen
- een bank met hierop een mechanische zaag gemonteerd
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zaagbanken | meervoud |
| zaagbankje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zaagbankjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zaag en bank
Woordfamilie van zaagbank
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zaagbanken | meervoud | zaagbank |
| zaagbankje | verkleinwoord | zaagbank |
| zaagbankjes | verkleinwoord meervoud | zaagbank |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zaagbank zijn vastgelegd.