zaagtand
zelfstandig naamwoord /'zaxtɑnt/Betekenis
- een scherpe tandvormige karteling aangebracht op de rand van een zaagblad
- (overdrachtelijk) iets in de vorm van een zaagtand
Hoe spreek je zaagtand uit?
/ˈzaxtɑnt/
Zaagtand bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| a | maan |
| x | acht |
| t | tak |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- iets in de vorm van een zaagtand
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zaagtanden | meervoud |
| zaagtandje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zaagtandjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zaag en tand
Woordfamilie van zaagtand
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zaagtanden | meervoud | zaagtand |
| zaagtandje | verkleinwoord | zaagtand |
| zaagtandjes | verkleinwoord meervoud | zaagtand |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zaagtand zijn vastgelegd.