zaag
zelfstandig naamwoord, werkwoord /zax/Betekenis
- een stuk gereedschap met een scherp getand metalen blad om voorwerpen in stukken te verdelen
Hoe spreek je zaag uit?
/zax/
Zaag bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| a | maan |
| x | acht |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zaagje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zaagjes | verkleinwoord, meervoud |
| zagen | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zagen
- gebiedende wijs van zagen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zagen
Vervoeging van zaag
zaaghele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘getand werktuig’ voor het eerst aangetroffen in 1101