Naar de inhoud

sport

lichamelijke bezigheid ter ontspanning of als beroep met spel- of wedstrijdelement waarbij conditie en vaardigheid vereist zijn

sport is meer dan één woord

sport

zelfstandig naamwoord, werkwoord /spɔrt/

Betekenis

  1. lichamelijke bezigheid ter ontspanning of als beroep met spel- of wedstrijdelement waarbij conditie en vaardigheid vereist zijn
  2. spel
  3. trede van een ladder
  4. stoelspaak
  5. (lichaamsbeweging)
  6. (trede)
  7. sport-
  8. spelen, zich vermaken
  9. pronken met (een kledingstuk)
  10. lichamelijke opvoeding, gymnastiek

Hoe spreek je sport uit?

/spɔrt/

Sport bestaat uit één lettergreep.

De tekens in /spɔrt/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
p pak
ɔ bot
r rood
t tak

Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)

Vorm Grammaticale informatie
sporten meervoud
sportje verkleinwoord, enkelvoud
sportjes verkleinwoord, meervoud

Woordvorm

  • enkelvoud tegenwoordige tijd van sporten
  • gebiedende wijs van sporten

Vervoeging van sport

sporthele werkwoord

Herkomst

Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘lichamelijke bezigheid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1847

Woordfamilie van sport

Woordvorm Relatie Afgeleid van
sportje verkleinwoord sport
sportjes verkleinwoord meervoud sport

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sport zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over sport

Hoe spreek je sport uit?
De uitspraak van sport is: /spɔrt/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent sport?
Sport is een zelfstandig naamwoord. Het woord betekent: lichamelijke bezigheid ter ontspanning of als beroep met spel- of wedstrijdelement waarbij conditie en vaardigheid vereist zijn. Deze pagina beschrijft 10 betekenissen op deze pagina.
Hoe verbuig je sport?
Bij sport geldt: het meervoud is sporten. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.
Hoe verklein je sport?
Het verkleinwoord van sport is sportje, dus een het-woord. In het meervoud wordt dat sportjes.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op sport?

Sport rijmt op 99 woorden; voornaamwoord, toetsenbord en kort bijvoorbeeld. Het gaat om staand rijm: de klank vanaf de laatste beklemtoonde klinker is gelijk.

Nog 59 rijmwoorden
aandachtstekort 4
accountantsrapport 5
cohort 2
breedtesport 3
ultrakort 3
celtekort 3
gehandicaptensport 6
besnord 2
overstort 3
drugstransport 3
railtransport 3
aanbehoord 3
aandachttekort 4
aangegord 3
aangepord 3
aangesjord 3
afvalstort 3
afvaltransport 4
award 2
azertytoetsenbord 6
balanceboard 3
bulletinboard 4
capaciteitstekort 6
consort 2
datatransport 4
detectiverapport 6
digibord 3
enquêterapport 5
gehoord 2
gemord 2
gesjnord 2
gevelbord 3
gewatersport 4
hasjtransport 3
havergort 3
heliport 3
hockeysport 3
hoort 1
immobord 3
indoorsport 3
juryrapport 4
matrixbord 3
mort 1
multisport 3
nachtrecord 3
omnisport 3
ouijabord 3
overgangsrapport 5
pedaalklavechord 3
qwertytoetsenbord 5
saladebord 4
slord 1
storyboard 3
uilenbord 3
verkort 2
weerrecord 3
word 1
wordt 1
worstelsport 3

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord sport is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. P 3
  3. O 1
  4. R 2
  5. T 2
  6. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

sport levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. P 4
  3. O 1
  4. R 2
  5. T 2
  6. 11 zonder bonus
  7. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

sport telt 5 letters, waarvan 5 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 6.487 woorden van 5 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

sport in het kort

sport is zowel zelfstandig naamwoord als werkwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 10 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van sport zijn 3 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort sport bij een woordfamilie van 2 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

sport: lichamelijke bezigheid ter ontspanning of als beroep met spel- of wedstrijdelement waarbij conditie en vaardigheid vereist zijn
Deel sport — standaardnederlands.nl