biljart
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- spel waarbij door middel van een een lange, dunne houten stok (de keu), ballen in een rechthoekige bak met lage randen worden bespeeld
- carambole-biljart, specifiek biljartspel waarbij de speelbal twee andere 2 ballen moet raken
- tafel waarop het biljartspel wordt gespeeld
zelfstandig naamwoord — neuter
- spel waarbij door middel van een lange, dunne houten stok (de keu), ballen in een rechthoekige bak met lage randen worden bespeeld
- carambole-biljart, specifiek biljartspel waarbij de speelbal twee andere ballen moet raken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| biljarten | meervoud |
| biljartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| biljartjes | verkleinwoord, meervoud |
| biljarts | meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van biljarten
- gebiedende wijs van biljarten
Vervoeging van biljart
biljarthele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘balspel op tafel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1782
Woordfamilie van biljart
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| biljartje | verkleinwoord | biljart |
| biljartjes | verkleinwoord meervoud | biljart |
| biljarts | meervoud | biljart |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van biljart zijn vastgelegd.