transport
zelfstandig naamwoord trɑnsˈpɔrtBetekenis
- vervoer van voorwerpen, mensen, brandstoffen van een ene naar een andere plaats
- overbrengen van data van een ene naar een andere plaats
- overbrengen van een subtotaal naar een volgende bladzijde om daarop een optelling voort te zetten
- overdracht van eigendom of ander recht door het wijzigen van de geregistreerde eigenaar
- vracht
Hoe spreek je transport uit?
/trɑnsˈpɔrt/
Transport bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| s | sok |
| p | pak |
| ɔ | bot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| transporten | meervoud |
| transportje | verkleinwoord, enkelvoud |
| transportjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Frans transport, in de betekenis van ‘het vervoeren, overdracht’ voor het eerst aangetroffen in 1506
Woordfamilie van transport
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| transporten | meervoud | transport |
| transportje | verkleinwoord | transport |
| transportjes | verkleinwoord meervoud | transport |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van transport zijn vastgelegd.