breedtesport
zelfstandig naamwoord ˈbretəˌspɔrtBetekenis
- de sport zoals deze door grote groepen van de bevolking beoefend worden, waarbij het meer gaat om het plezier en de gezondheidswinst dan om de sportprestatie
Hoe spreek je breedtesport uit?
/ˈbretəˌspɔrt/
Breedtesport bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| r | rood |
| e | veel |
| t | tak |
| ə | de |
| s | sok |
| p | pak |
| ɔ | bot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| breedtesporten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van breedte zn en sport zn
Woordfamilie van breedtesport
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| breedtesporten | meervoud | breedtesport |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van breedtesport zijn vastgelegd.