comfort
zelfstandig naamwoord /kɔnˈfɔrt/Betekenis
- een toestand waarin men zonder onrust, vrees of verlegenheid is
- weelde
- troost
- troosten
Hoe spreek je comfort uit?
/kɔnˈfɔrt/
Comfort bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| f | fiets |
| r | rood |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| comfortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| comfortjes | verkleinwoord, meervoud |
| comforts | meervoud |
Herkomst
De Middelnederlandse vormen confoort/confort waren ontleend aan het Frans. In de moderne vorm comfort opnieuw ontleend aan het Engels. In de betekenis van ‘gemak’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1847
Woordfamilie van comfort
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| comfortje | verkleinwoord | comfort |
| comfortjes | verkleinwoord meervoud | comfort |
| comforts | meervoud | comfort |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van comfort zijn vastgelegd.