cohort
zelfstandig naamwoord koˈhɔrtBetekenis
- oude Romeinse legereenheid van 600 man, verdeeld in een aantal centuries
- groep
Hoe spreek je cohort uit?
/koˈhɔrt/
Cohort bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| o | boot |
| h | hoed |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- oude Romeinse legereenheid van 6 centuries, bij elkaar 480 man
- groep die vanwege bepaalde gemeenschappelijke kenmerken bij elkaar is gebracht
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| cohorten | meervoud |
Herkomst
Vermoedelijk direct van Latijn cohors, in de betekenis van ‘onderafdeling van Romeins legioen’ aangetroffen vanaf 1767