rapport
zelfstandig naamwoord rɑˈpɔrtBetekenis
- een schriftelijk bericht of verslag over een gebeurtenis of toestand
- een schriftelijk bericht over de voortgang op school
- opbrengst, inkomsten
- verslag, rapportage (van ontplooide activiteiten, waarnemingen, enz.)
- verband tussen dingen of dingen en mensen
- gemeenschappelijkheid, met dat wat men gemeenschappelijk heeft
- (sociale) verhouding, betrekking, relatie (tussen mensen)
- rapport, verslag
Hoe spreek je rapport uit?
/rɑˈpɔrt/
Rapport bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ɑ | bad |
| p | pak |
| ɔ | bot |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- schriftelijk bericht of verslag over een gebeurtenis of toestand
- melding aan een superieur over toestand die of gedrag dat in strijd met de voorschriften is
- regelmatige herhaling van een klein beeld zodat een bepaald dessin ontstaat
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rapporten | meervoud |
| rapportje | verkleinwoord, enkelvoud |
| rapportjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
via Middelnederlands rappoort van Frans rapport, in de betekenis van ‘verslag’ voor het eerst aangetroffen in 1476
Woordfamilie van rapport
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rapporten | meervoud | rapport |
| rapportje | verkleinwoord | rapport |
| rapportjes | verkleinwoord meervoud | rapport |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rapport zijn vastgelegd.