boogschieten
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈboxsxitə(n)Betekenis
- met een boog schieten
- een sport waarbij pijlen worden weggeschoten naar een doel met behulp van een boog
Hoe spreek je boogschieten uit?
/ˈboxsxitən/
Boogschieten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| o | boot |
| x | acht |
| s | sok |
| i | riet |
| t | tak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van boogschieten
boogschietenhele werkwoord — (booggeschoten)voltooid deelwoord
Alle 2 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| (booggeschoten) | verleden tijd, deelwoord |
| (schoot boog) | verleden tijd |
Herkomst
samenstelling van boog en schieten
Woordfamilie van boogschieten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| boogschiet | woordvorm | boogschieten |
| boogschietend | woordvorm | boogschieten |
| boogschietende | woordvorm | boogschieten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van boogschieten zijn vastgelegd.