record
zelfstandig naamwoord /rəˈkɔrt/Betekenis
- hoeveelheid bij elkaar behorende gegevens, beschouwd als een logische eenheid (entiteit)
- vastleggen, opnemen
Hoe spreek je record uit?
/rəˈkɔrt/
Record bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ə | de |
| k | kat |
| ɔ | bot |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- beste prestatie
- als eerste deel van een samenstelling dat aangeeft dat het tweede deel ver boven een verwacht niveau ligt figuratively, intensifier, prefix
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| recordje | verkleinwoord, enkelvoud |
| recordjes | verkleinwoord, meervoud |
| records | meervoud |
Herkomst
[1], [2] van Frans record, in de betekenis van ‘beste prestatie’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1889
Woordfamilie van record
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| recordje | verkleinwoord | record |
| recordjes | verkleinwoord meervoud | record |
| records | meervoud | record |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van record zijn vastgelegd.