Naar de inhoud

duiken

het zich onder water voortbewegen (van bijvoorbeeld duikboten) of zwemmen (van mensen)

duiken is meer dan één woord

duiken

werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈdœy̯kə(n)/

Betekenis

  1. het zich onder water voortbewegen (van bijvoorbeeld duikboten) of zwemmen (van mensen)
  2. in het water springen zodat de armen eerst het water in gaan
  3. snel naar beneden gaan
  4. snel verbergen of ontwijken

Hoe spreek je duiken uit?

/ˈdœykən/

Duiken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈdœykən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
d dak
œy huis
k kat
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van duiken

duikenhele werkwoord — dookverleden tijd enkelvoud — dokenverleden tijd meervoud — gedokenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik duik dook
jij duikt dook
hij, zij, het duikt dook
wij duiken doken
jullie duiken doken
zij duiken doken
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
dook verleden tijd
duik gebiedende wijs
duike aanvoegende wijs
duikend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
gedoken verleden tijd, deelwoord
gedoken te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedoken zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedoken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedoken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedoken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedoken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedoken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedoken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedoken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedoken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedoken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedoken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedoken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedoken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedoken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedoken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedoken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te duiken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedoken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen duiken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal duiken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal duiken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal duiken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedoken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedoken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedoken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou duiken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou duiken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou duiken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedoken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedoken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedoken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden duiken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden duiken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden duiken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedoken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedoken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedoken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt duiken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedoken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen duiken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen duiken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen duiken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen duiken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedoken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedoken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedoken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult duiken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedoken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord duik

Herkomst

In de betekenis van ‘onder water gaan’ voor het eerst aangetroffen in 1287

Woordfamilie van duiken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
doken aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon duiken
dook verleden tijd duiken
duike aanvoegende wijs duiken
duikende woordvorm duiken
duikt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon duiken
gedoken voltooid deelwoord duiken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van duiken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over duiken

Hoe spreek ik duiken uit?
Zo spreek je duiken uit: /ˈdœy̯kə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van duiken?
Duiken is een werkwoord. De betekenis is: het zich onder water voortbewegen (van bijvoorbeeld duikboten) of zwemmen (van mensen). In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik duiken?
Zo vervoeg je duiken zo: de tegenwoordige tijd is duik, de verleden tijd is dook en het voltooid deelwoord is gedoken. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op duiken?

Op duiken rijmen 19 woorden, onder andere ruiken, kuiken en misbruiken. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op duiken, uitspraak ˈdœykən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
ruiken 2
kuiken 2
misbruiken 3
gebruiken 3
luiken 2
opgebruiken 4
struiken 2
hergebruiken 4
ontduiken 3
verbruiken 3
aalbessenstruiken 5
beluiken 3
bruiken 2
buiken 2
eendenkuiken 4
kerkgebruiken 5
kruiken 2
vilbeluiken 4
wangebruiken 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord duiken is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. U 4
  3. I 1
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

duiken levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 51 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. U 2
  3. I 2
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 zonder bonus
  8. 51 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

duiken telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

duiken in het kort

duiken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van duiken staan er 33 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort duiken bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

duiken: het zich onder water voortbewegen (van bijvoorbeeld duikboten) of zwemmen (van mensen)
Deel duiken — standaardnederlands.nl