soort
zelfstandig naamwoord /ˈsɔːrt/Betekenis
- een groep voorwerpen of andere entiteiten die een bepaald aantal kenmerken gemeenschappelijk heeft en zich daarin onderscheidt van overeenkomstige groepen
- een groep levende wezens die een bepaald aantal kenmerken gemeenschappelijk heeft en zich onderling voort kan planten, onderdeel van een geslacht
Hoe spreek je soort uit?
/ˈsɔrt/
Soort bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| soorten | meervoud |
| soortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| soortjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘categorie, kwaliteit’ voor het eerst aangetroffen in 1350
Woordfamilie van soort
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| soorten | meervoud | soort |
| soortje | verkleinwoord | soort |
| soortjes | verkleinwoord meervoud | soort |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van soort zijn vastgelegd.