hort
zelfstandig naamwoord, werkwoord hɔrtBetekenis
- plotselinge beweging
- weg
Hoe spreek je hort uit?
/hɔrt/
Hort bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| t | tak |
Klinkt hetzelfde als hoort.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| horten | meervoud |
| hortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hortjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van horten
- gebiedende wijs van horten
Vervoeging van hort
horthele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘korte stoot’ voor het eerst aangetroffen in 1350
Woordfamilie van hort
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hortje | verkleinwoord | hort |
| hortjes | verkleinwoord meervoud | hort |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hort zijn vastgelegd.