sportdag
zelfstandig naamwoordBetekenis
- Een dag waarop de normale werkzaamheden niet worden verricht maar gesport wordt door personeel of leerlingen vaak ook bedoeld voor het maken van informele contacten.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| sportdagen | meervoud |
| sportdagje | verkleinwoord, enkelvoud |
| sportdagjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van sport en dag
Woordfamilie van sportdag
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| sportdagen | meervoud | sportdag |
| sportdagje | verkleinwoord | sportdag |
| sportdagjes | verkleinwoord meervoud | sportdag |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sportdag zijn vastgelegd.