ganzenbord
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈɡɑnzə(n)ˌbɔrtBetekenis
- een bepaald gezelschapsspel, gespeeld met dobbelstenen en pionnen
Hoe spreek je ganzenbord uit?
/ˈgɑnzənˌbɔrt/
Ganzenbord bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| g | goal |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| z | zon |
| ə | de |
| b | bak |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ganzenborden | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ganzenborden
- gebiedende wijs van ganzenborden
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ganzenborden
Vervoeging van ganzenbord
ganzenbordhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘bordspel’ voor het eerst aangetroffen in 1621