biatlon
zelfstandig naamwoord 'bijɑtlɔnBetekenis
- een skisport waarbij de deelnemers op bepaalde punten in een langlaufcircuit met een geweer op een doel moeten schieten
Hoe spreek je biatlon uit?
/ˈbijɑtlɔn/
Biatlon bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| i | riet |
| j | ja |
| ɑ | bad |
| t | tak |
| l | land |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- een skisport waarbij de deelnemers op bepaalde punten in een langlaufcircuit met een geweer op een doel moeten
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| biatlons | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘combinatie van langlauf en schieten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1960
Woordfamilie van biatlon
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| biatlons | meervoud | biatlon |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van biatlon zijn vastgelegd.