Naar de inhoud

scheuren

in twee of meer delen trekken

scheuren is meer dan één woord

scheuren

werkwoord, zelfstandig naamwoord /sxʏːrə(n)/

Betekenis

  1. in twee of meer delen trekken
  2. langs een inkeping in twee of meer delen uiteenvallen

Hoe spreek je scheuren uit?

/sxʏrən/

Scheuren bestaat uit twee lettergrepen.

De tekens in /sxʏrən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
x acht
ʏ put
r rood
ə de
n nek

werkwoord

  1. zeer snel voortbewegen

Vervoeging van scheuren

scheurenhele werkwoord — scheurdeverleden tijd enkelvoud — scheurdenverleden tijd meervoud — gescheurdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik scheur scheurde
jij scheurt scheurde
hij, zij, het scheurt scheurde
wij scheuren scheurden
jullie scheuren scheurden
zij scheuren scheurden
Alle 99 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief, voltooid
ben gescheurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gescheurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gescheurd impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid
er was gescheurd impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid
er werd gescheurd impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid
er wordt gescheurd impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal gescheurd worden impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal gescheurd zijn impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid
er zou gescheurd worden impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid
er zou gescheurd zijn impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid
ev. gebiedende wijs
gescheurd verleden tijd, deelwoord
gescheurd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gescheurd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gescheurd te zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gescheurd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gescheurd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gescheurd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gescheurd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gescheurd zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gescheurd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gescheurd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
hebben gescheurd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
is gescheurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gescheurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
scheur gebiedende wijs
scheurde verleden tijd
scheure aanvoegende wijs
scheurend onvoltooid, deelwoord
te hebben/zijn gescheurd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te scheuren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen scheuren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gescheurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gescheurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gescheurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gescheurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gescheurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gescheurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gescheurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gescheurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gescheurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gescheurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gescheurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gescheurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gescheurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gescheurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gescheurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gescheurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gescheurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gescheurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gescheurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gescheurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gescheurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gescheurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gescheurd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gescheurd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal scheuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal scheuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal scheuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gescheurd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn gescheurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gescheurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gescheurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gescheurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gescheurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gescheurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gescheurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gescheurd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gescheurd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gescheurd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou scheuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou scheuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou scheuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gescheurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gescheurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gescheurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gescheurd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gescheurd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gescheurd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden scheuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden scheuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden scheuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gescheurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gescheurd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt scheuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gescheurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gescheurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gescheurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gescheurd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gescheurd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gescheurd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen scheuren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen scheuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen scheuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen scheuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gescheurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gescheurd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult scheuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord scheur

Herkomst

afgeleid van scheur met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van scheuren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
scheurde verleden tijd scheuren
scheurden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon scheuren
scheure aanvoegende wijs scheuren
scheurend onvoltooid deelwoord scheuren
scheurende woordvorm scheuren
scheurt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon scheuren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van scheuren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over scheuren

Hoe spreek ik scheuren uit?
Zo spreek je scheuren uit: /sxʏːrə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van scheuren?
Scheuren is een werkwoord. De betekenis is: in twee of meer delen trekken. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik scheuren?
Zo vervoeg je scheuren zo: de tegenwoordige tijd is scheur, de verleden tijd is scheurde en het voltooid deelwoord is gescheurd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord scheuren is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. E 1
  5. U 4
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

scheuren levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. E 1
  5. U 2
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 zonder bonus
  10. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

scheuren in het kort

scheuren is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van scheuren staan er 63 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort scheuren bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

scheuren: in twee of meer delen trekken
Deel scheuren — standaardnederlands.nl