scheuren
werkwoord, zelfstandig naamwoord /sxʏːrə(n)/Betekenis
- in twee of meer delen trekken
- langs een inkeping in twee of meer delen uiteenvallen
Hoe spreek je scheuren uit?
/sxʏrən/
Scheuren bestaat uit twee lettergrepen.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| ʏ | put |
| r | rood |
| ə | de |
| n | nek |
werkwoord
- zeer snel voortbewegen
Vervoeging van scheuren
scheurenhele werkwoord — scheurdeverleden tijd enkelvoud — scheurdenverleden tijd meervoud — gescheurdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | scheur | scheurde |
| jij | scheurt | scheurde |
| hij, zij, het | scheurt | scheurde |
| wij | scheuren | scheurden |
| jullie | scheuren | scheurden |
| zij | scheuren | scheurden |
Alle 99 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief, voltooid |
| ben gescheurd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gescheurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gescheurd | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid |
| er was gescheurd | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid |
| er werd gescheurd | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er wordt gescheurd | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal gescheurd worden | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal gescheurd zijn | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid |
| er zou gescheurd worden | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid |
| er zou gescheurd zijn | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gescheurd | verleden tijd, deelwoord |
| gescheurd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gescheurd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gescheurd te zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gescheurd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gescheurd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gescheurd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gescheurd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gescheurd zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gescheurd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gescheurd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| hebben gescheurd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| is gescheurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gescheurd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| scheur | gebiedende wijs |
| scheurde | verleden tijd |
| scheure | aanvoegende wijs |
| scheurend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben/zijn gescheurd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te scheuren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen scheuren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gescheurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gescheurd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gescheurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gescheurd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gescheurd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gescheurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gescheurd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gescheurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gescheurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gescheurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gescheurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gescheurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gescheurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gescheurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gescheurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gescheurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gescheurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gescheurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gescheurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gescheurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gescheurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gescheurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gescheurd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gescheurd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal scheuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal scheuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal scheuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gescheurd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn gescheurd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gescheurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gescheurd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gescheurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gescheurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gescheurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gescheurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gescheurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gescheurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gescheurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou scheuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou scheuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou scheuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gescheurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gescheurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gescheurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gescheurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gescheurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gescheurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden scheuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden scheuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden scheuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gescheurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gescheurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt scheuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gescheurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gescheurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gescheurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gescheurd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gescheurd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gescheurd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen scheuren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen scheuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen scheuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen scheuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gescheurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gescheurd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult scheuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord scheur
Herkomst
afgeleid van scheur met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van scheuren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| scheurde | verleden tijd | scheuren |
| scheurden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | scheuren |
| scheure | aanvoegende wijs | scheuren |
| scheurend | onvoltooid deelwoord | scheuren |
| scheurende | woordvorm | scheuren |
| scheurt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | scheuren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van scheuren zijn vastgelegd.