scheurbuik
zelfstandig naamwoordBetekenis
- ziekte die vroeger veel voorkwam bij zeevarenden, veroorzaakt door een tekort aan vitamine C
zelfstandig naamwoord
- ziekte die vroeger veel voorkwam bij zeevarenden, veroorzaakt door een ernstig en langdurig tekort aan vitamine C (ascorbinezuur), zich o.a. kenmerkend door bloedend gezwollen tandvlees, blauwe vlekken, bloeding van huid en slijmvliezen en extreme zwakte.
Herkomst
In de betekenis van ‘gebreksziekte’ voor het eerst aangetroffen in 1554.