pedaal
zelfstandig naamwoord peˈdalBetekenis
- met de voet te bedienen hefboom voor de bediening van apparaten, machines en (muziek-)instrumenten, het aandrijven of besturing van vaar-, voer- of vliegtuigen
- het voetklavier van een orgel
- een van de bedieningsorganen van een harp, pauk, piano enz.
Hoe spreek je pedaal uit?
/peˈdal/
Pedaal bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| e | veel |
| d | dak |
| a | maan |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pedaaltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| pedaaltjes | verkleinwoord, meervoud |
| pedalen | meervoud |
Herkomst
van Frans pédale, in de betekenis van ‘hefboom met de voet bediend’ voor het eerst aangetroffen in 1557
Woordfamilie van pedaal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pedaaltje | verkleinwoord | pedaal |
| pedaaltjes | verkleinwoord meervoud | pedaal |
| pedalen | meervoud | pedaal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pedaal zijn vastgelegd.