staal
zelfstandig naamwoord, werkwoord /staːɫ/Betekenis
- een legering van ijzer en koolstof
- een monster van een stof, een kleine hoeveelheid van iets als proef
Hoe spreek je staal uit?
/stal/
Staal bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| a | maan |
| l | land |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| staaltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| staaltjes | verkleinwoord, meervoud |
| stalen | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stalen
- gebiedende wijs van stalen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stalen
Vervoeging van staal
staalhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘metaal’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van staal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| staaltje | verkleinwoord | staal |
| staaltjes | verkleinwoord meervoud | staal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van staal zijn vastgelegd.