baal
zelfstandig naamwoord, werkwoord balBetekenis
- een stapel bijeengebonden plantaardig materiaal zoals hooi of tabak
- bal
Hoe spreek je baal uit?
/bal/
Baal bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| a | maan |
| l | land |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| baaltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| baaltjes | verkleinwoord, meervoud |
| balen | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van balen
- gebiedende wijs van balen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van balen
Vervoeging van baal
baalhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘zak’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1427
Woordfamilie van baal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| baaltje | verkleinwoord | baal |
| baaltjes | verkleinwoord meervoud | baal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van baal zijn vastgelegd.