Naar de inhoud

fiets

tweewielig vervoermiddel dat door middel van spierkracht middels pedalen wordt voortbewogen

fiets is meer dan één woord

fiets

zelfstandig naamwoord, werkwoord fits

Betekenis

  1. tweewielig vervoermiddel dat door middel van spierkracht middels pedalen wordt voortbewogen

Hoe spreek je fiets uit?

/fits/

Fiets bestaat uit één lettergreep.

De tekens in /fits/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
f fiets
i riet
t tak
s sok

zelfstandig naamwoord — feminine, masculine

  1. vijf gulden

Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)

Vorm Grammaticale informatie
fietsen meervoud
fietsje verkleinwoord, enkelvoud
fietsjes verkleinwoord, meervoud
viets

Woordvorm

  • eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van fietsen
  • gebiedende wijs van fietsen
  • tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van fietsen

Vervoeging van fiets

fietshele werkwoord

Herkomst

In de betekenis van ‘rijwiel’ is fiets, ook gespeld als viets, voor het eerst schriftelijk aangetroffen in de Arnhemsche Courant in 1886 , maar de term moet al zeker ca. 15 jaar daarvoor mondeling in omloop geweest zijn dan de eerste vermelding ervan in woord en geschrift. Er bestaan verschillende − allemaal onbewezen − hypotheses over diens herkomst, die al heel vroeg bediscussieerd werd (vindplaatsen zie hieronder). *#Een klanknabootsing. *#Een verbastering van vélocipède, het Franse woord voor fiets; dit is de oudste en meest geaccepteerde verklaring. *# Het woord is ook wel opgevat als een eponiem dat oorspronkelijk verwees naar de Wageningse wagenmaker en rijwielhandelaar E.C. Viets, die omstreeks 1870 moet zijn begonnen met de handel in rijwielen. *# Een geopperde alternatieve hypothese dat het woord komt van het Duitse Vize (uitgesproken als "vietse") is volstrekt niet bewezen.

Woordfamilie van fiets

Woordvorm Relatie Afgeleid van
fietsje verkleinwoord fiets
fietsjes verkleinwoord meervoud fiets

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fiets zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over fiets

Hoe spreek ik fiets uit?
Zo spreek je fiets uit: /fits/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van fiets?
Fiets is een zelfstandig naamwoord. De betekenis is: tweewielig vervoermiddel dat door middel van spierkracht middels pedalen wordt voortbewogen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Wat is het meervoud van fiets?
Van fiets geldt: het meervoud is fietsen. De volledige verbuiging staat in de tabel op deze pagina.
Wat is het verkleinwoord van fiets?
De verkleinvorm van fiets is fietsje, altijd met het lidwoord het. Het meervoud daarvan is fietsjes.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op fiets?

Fiets rijmt op 18 woorden op -iets; iets, waterfiets en niets bijvoorbeeld. Het gaat om staand rijm: de klank vanaf de laatste beklemtoonde klinker is gelijk.

Rijmwoorden op fiets, uitspraak fits, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
iets 1
waterfiets 3
niets 1
motorfiets 3
zoiets 2
spiets 1
jongensfiets 3
diets 1
ambulancefiets 5
cheats 1
dikkebandenfiets 5
fluisterfiets 3
hybridefiets 4
kamikazefiets 5
meisjesfiets 3
meliets 2
pariets 2
sheets 1

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord fiets is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. F 4
  2. I 1
  3. E 1
  4. T 2
  5. S 2
  6. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

fiets levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. F 4
  2. I 2
  3. E 1
  4. T 2
  5. S 2
  6. 11 zonder bonus
  7. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

fiets telt 5 letters, waarvan 5 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 6.487 woorden van 5 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

fiets in het kort

fiets is zowel zelfstandig naamwoord als werkwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van fiets staan er 4 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort fiets bij een woordfamilie van 2 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

fiets: tweewielig vervoermiddel dat door middel van spierkracht middels pedalen wordt voortbewogen
Deel fiets — standaardnederlands.nl