harmonium
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een toetsinstrument dat gerekend wordt tot de aerofonen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| harmoniumpje | verkleinwoord, enkelvoud |
| harmoniumpjes | verkleinwoord, meervoud |
| harmoniums | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘toetsinstrument’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1869
Woordfamilie van harmonium
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| harmoniumpje | verkleinwoord | harmonium |
| harmoniumpjes | verkleinwoord meervoud | harmonium |
| harmoniums | meervoud | harmonium |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van harmonium zijn vastgelegd.