schandaal
zelfstandig naamwoord sxɑnˈdalBetekenis
- een zaak die iemand in opspraak brengt en waarvan mensen schande spreken
Hoe spreek je schandaal uit?
/sxɑnˈdal/
Schandaal bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| d | dak |
| a | maan |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schandaaltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schandaaltjes | verkleinwoord, meervoud |
| schandalen | meervoud |
Herkomst
Via het Franse scandale en het Latijnse scandalum te herleiden tot het Oudgriekse σκάνδαλον ("hindernis, valstrik"). De huidige vorm en betekenis zijn ontstaan onder invloed van schande. In de betekenis van ‘aanstoot’ voor het eerst aangetroffen in 1566
Woordfamilie van schandaal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schandaaltje | verkleinwoord | schandaal |
| schandaaltjes | verkleinwoord meervoud | schandaal |
| schandalen | meervoud | schandaal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schandaal zijn vastgelegd.