koraal
zelfstandig naamwoord koˈralBetekenis
- een oranjerode kleur, de kleur van koraal
Hoe spreek je koraal uit?
/koˈral/
Koraal bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| o | boot |
| r | rood |
| a | maan |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- skelet van de koraalpoliep
- een verzamelnaam voor zeedieren van de klasse Anthozoa (bloemdieren). Het zijn diertjes van maar een paar millimeter die, door hun tentakelkrans, wel wat lijken op een zeeanemoon (zie ook neteldieren). Deze diertjes, ook wel poliepen genoemd, leven vaak in kolonies. Koraalkolonies vormen vaak een onderdeel van koraalriffen
- plechtig kerkgezang
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| koraaltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| koraaltjes | verkleinwoord, meervoud |
| koralen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘poliepenskelettenmassa’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287
Woordfamilie van koraal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| koraaltje | verkleinwoord | koraal |
| koraaltjes | verkleinwoord meervoud | koraal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van koraal zijn vastgelegd.