avondmaal
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈavɔntˌmalBetekenis
- de maaltijd die men 's avonds nuttigt
- de rituele viering van het laatste avondmaal dat Jesus met zijn leerlingen nuttigde voor zijn terechtstelling aan het kruis
Hoe spreek je avondmaal uit?
/ˈavɔntˌmal/
Avondmaal bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| v | vis |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| t | tak |
| m | maan |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| avondmaaltje [1] | verkleinwoord, enkelvoud |
| avondmaaltjes [1] | verkleinwoord, meervoud |
| avondmalen | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van avondmalen
- gebiedende wijs van avondmalen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van avondmalen
Vervoeging van avondmaal
avondmaalhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van avond en maal
Woordfamilie van avondmaal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| avondmaaltje | woordvorm | avondmaal |
| avondmaaltjes | meervoud | avondmaal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van avondmaal zijn vastgelegd.