klavier
zelfstandig naamwoordBetekenis
- toetsenbord.
- een reeks van knoppen die voor verschillende toonhoogten zorgen
zelfstandig naamwoord — neuter
- toetsenbord (van bijv. een computer of muziekinstrument)
- piano
- keyboard
- pal of plaatje als onderdeel van een klavierslot dat ervoor moet zorgen dat de goede sleutel in dat slot past
- onderdeel van een zethaak
- bladwijzer
- hand informal
- gebit informal
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| klavieren | meervoud |
| klaviertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| klaviertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Van het Middelnederlandse clavier, verder te herleiden tot het Oudfranse clavier en het Latijnse clavis (sleutel, toets) . In de betekenis van ‘toetsenbord’ voor het eerst aangetroffen in 1567.
Woordfamilie van klavier
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| klavieren | meervoud | klavier |
| klaviertje | verkleinwoord | klavier |
| klaviertjes | verkleinwoord meervoud | klavier |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van klavier zijn vastgelegd.