spinaal
bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord spiˈnalBetekenis
- fijn, sterk garen, vooral door schoenmakers gebruikt
Hoe spreek je spinaal uit?
/spiˈnal/
Spinaal bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| p | pak |
| i | riet |
| n | nek |
| a | maan |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
bijvoeglijk naamwoord
- met betrekking tot de wervelkolom
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| spinaals | partitief, stellende trap |
| spinale | verbogen, stellende trap |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘m.b.t. de ruggengraat’ voor het eerst aangetroffen in 1847
Woordfamilie van spinaal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| spinaals | partitive, positive | spinaal |
| spinale | verbogen vorm | spinaal |
| spinalen | meervoud | spinaal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van spinaal zijn vastgelegd.