materiaal
zelfstandig naamwoord mater(i)ˈjalBetekenis
- een tastbare stof (- materie)
- geheel van zaken die men voor een bepaald doel nodig heeft, benodigdheden
Hoe spreek je materiaal uit?
/materiˈjal/
Materiaal bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| a | maan |
| t | tak |
| e | veel |
| r | rood |
| i | riet |
| j | ja |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- een tastbare stof (-> materie)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| materiaaltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| materiaaltjes | verkleinwoord, meervoud |
| materialen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans of Latijn, in de betekenis van ‘bouwstof’ voor het eerst aangetroffen in 1545
Woordfamilie van materiaal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| materiaaltje | verkleinwoord | materiaal |
| materiaaltjes | verkleinwoord meervoud | materiaal |
| materialen | meervoud | materiaal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van materiaal zijn vastgelegd.