onderbed
zelfstandig naamwoord ˈɔndərˌbɛtBetekenis
- het onderste bed van een stapelbed
Hoe spreek je onderbed uit?
/ˈɔndərˌbɛt/
Onderbed bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| n | nek |
| d | dak |
| ə | de |
| r | rood |
| b | bak |
| ɛ | bed |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — neuter
- onderste bed van een stapelbed
- onderste deel van aangelegde weg dat de basis vormt waar het wegdek op rust
- zachte deel van een slaapgelegenheid waar het lichaam op rust obsolete
- deel van een slaapgelegenheid waar de matras op rust obsolete
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| onderbedden | meervoud |
Herkomst
samenstelling van onder bw en bed zn Taaladviesdienst Vraag en antwoord : Dekbed/beddek in: Onze Taal., jrg. 77 nr. 6 (juni 2008), Genootschap Onze Taal, Den Haag, p. 167
Woordfamilie van onderbed
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| onderbedden | meervoud | onderbed |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onderbed zijn vastgelegd.