model
zelfstandig naamwoord moˈdɛlBetekenis
- voorbeeld, afbeelding of beeld in drie dimensies. (maquette)
- persoon die mode presenteert of zich laat afbeelden (mannequin)
- wiskundige uitdrukking die met behulp van aan te passen grootheden de waargenomen gegevens tracht te verklaren
- (systeemkunde) systeem dat de werkelijkheid zo goed mogelijk representeert
- een standaard, toonbeeld of voorbeeld van hoe iets zou moeten zijn
- maquette; voorbeeld, afbeelding of beeld in drie dimensies
- een categorie producten met dezelfde parameters
- systeem dat de werkelijkheid zo goed mogelijk representeert
- vzor
- typ
- originál
- mannequin; persoon die mode presenteert of zich laat afbeelden
Hoe spreek je model uit?
/moˈdɛl/
Model bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| o | boot |
| d | dak |
| ɛ | bed |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- : wiskundige uitdrukking die met behulp van aan te passen grootheden de waargenomen gegevens tracht te verklaren
- een specifieke uitvoering van een bepaald product
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| modellen | meervoud |
| modelletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| modelletjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘voorbeeld’ voor het eerst aangetroffen in 1573
Woordfamilie van model
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| modellen | meervoud | model |
| modelletje | verkleinwoord | model |
| modelletjes | verkleinwoord meervoud | model |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van model zijn vastgelegd.