pasvorm
zelfstandig naamwoord ˈpɑsfɔrᵊmBetekenis
- de vorm of het model van een kledingstuk of schoen dat goed past bij het lichaam of de voet past
Hoe spreek je pasvorm uit?
/ˈpɑsfɔrəm/
Pasvorm bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| ɑ | bad |
| s | sok |
| f | fiets |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| ə | de |
| m | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- precies op het lichaam aansluitend model voor een kledingstuk
- precies op de voet aansluitend model voor een schoen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pasvormen | meervoud |
| pasvormpje | verkleinwoord, enkelvoud |
| pasvormpjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van pas ww en vorm zn
Woordfamilie van pasvorm
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pasvormen | meervoud | pasvorm |
| pasvormpje | verkleinwoord | pasvorm |
| pasvormpjes | verkleinwoord meervoud | pasvorm |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pasvorm zijn vastgelegd.