patroon
zelfstandig naamwoord paˈtronBetekenis
- munitie voor een vuurwapen (cartouche, cartridge)
- tekening die als basis dient om meerdere dezelfde eindproducten te maken, sjabloon, template
- baas, chef, overste
- beschermheer, beschermheilige, schutspatroon
Hoe spreek je patroon uit?
/paˈtron/
Patroon bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| a | maan |
| t | tak |
| r | rood |
| o | boot |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- /: munitie voor een vuurwapen (cartouche, cartridge) feminine, masculine
- : tekening die als basis dient om meerdere dezelfde eindproducten te maken, sjabloon, template neuter
- : min of meer vaste terugkerende structuur, concreet dan wel abstract neuter
- : baas, chef, overste masculine
- : , beschermheer, beschermheilige, schutspatroon masculine
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| patroons | enkelvoud |
| patroontje | verkleinwoord |
| patroontjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘huls met projectiel en buskruitlading’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1637
Woordfamilie van patroon
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| patronen | meervoud | patroon |
| patroons | enkelvoud | patroon |
| patroontje | verkleinwoord | patroon |
| patroontjes | verkleinwoord | patroon |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van patroon zijn vastgelegd.