cel
zelfstandig naamwoord sɛlBetekenis
- een kleine ruimte waar iemand voor straf moet zitten (in een gevangenis)
- een kleine ruimte (in een klooster)
- de kleinste eenheid binnen een levend organisme waarin alle genetische informatie vervat zit
- een zeshoekige opslagplaats in een bijenraat
- een element van een batterij, een accu of een ander apparaat
- aarde
Hoe spreek je cel uit?
/sɛl/
Cel bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| ɛ | bed |
| l | land |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- de gevangenis als zodanig
- een kleine ruimte in een klooster
- kleinste eenheid van een vertakte organisatie
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| cellen | meervoud |
| celletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| celletjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘klein vertrek’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van cel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| cellen | meervoud | cel |
| celletje | verkleinwoord | cel |
| celletjes | verkleinwoord meervoud | cel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van cel zijn vastgelegd.