rel
zelfstandig naamwoord, werkwoord rɛlBetekenis
- een verstoring van de openbare orde door een menigte, meestal gepaard gaand met geweld en politieoptreden
- gebeurtenis die opschudding wekt
- gang van muis en andere knaagdieren
- (meestal in samenstellingen) een ondiepe, gegraven geul in de duinen waarin zich kwelwater kan verzamelen
Hoe spreek je rel uit?
/rɛl/
Rel bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ɛ | bed |
| l | land |
zelfstandig naamwoord — masculine
- een ondiepe, gegraven geul in de duinen waarin zich kwelwater kan verzamelen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rellen | meervoud |
| relletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| relletjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rellen
- gebiedende wijs van rellen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rellen
Vervoeging van rel
relhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘opstootje’ voor het eerst aangetroffen in 1559
Woordfamilie van rel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| relletje | verkleinwoord | rel |
| relletjes | verkleinwoord meervoud | rel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rel zijn vastgelegd.