bevel
zelfstandig naamwoord bə'vɛlBetekenis
- verplicht uit te voeren opdracht zonder enige tegenspraak; verbaal geuit gebod
- gezag om een groep mensen te leiden; commando; commandement
Hoe spreek je bevel uit?
/bəˈvɛl/
Bevel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| v | vis |
| ɛ | bed |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bevelen | meervoud |
| bevelletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bevelletjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Afgeleid van bevelen
Woordfamilie van bevel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bevelletje | verkleinwoord | bevel |
| bevelletjes | verkleinwoord meervoud | bevel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bevel zijn vastgelegd.