stel
zelfstandig naamwoord, voegwoord, werkwoord stɛlBetekenis
- klein aantal bij elkaar passende voorwerpen of personen die samen een geheel vormen
- verondersteld dat
Hoe spreek je stel uit?
/stɛl/
Stel bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| ɛ | bed |
| l | land |
Klinkt hetzelfde als steil.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stellen | meervoud |
| stelletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| stelletjes | verkleinwoord, meervoud |
Verbuiging en vervoeging (voegwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stel dat | canonical |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stellen
- gebiedende wijs van stellen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stellen
Vervoeging van stel
stelhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘onderstel’ voor het eerst aangetroffen in 1343
Woordfamilie van stel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stelletje | verkleinwoord | stel |
| stelletjes | verkleinwoord meervoud | stel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stel zijn vastgelegd.