tel
zelfstandig naamwoord, werkwoord tɛlBetekenis
- zeer korte tijdsduur.
- seconde
- ruïneheuvel, gevormd door opeenvolgende lagen van bewoning
Hoe spreek je tel uit?
/tɛl/
Tel bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| ɛ | bed |
| l | land |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tellen | enkelvoud |
| telletje | verkleinwoord |
| telletjes | verkleinwoord, enkelvoud |
| tels | enkelvoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tellen
- gebiedende wijs van tellen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tellen
Vervoeging van tel
telhele werkwoord
Herkomst
[1], [2] afgeleid van tellen ww zonder de uitgang -en
Woordfamilie van tel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| telletje | verkleinwoord | tel |
| telletjes | verkleinwoord | tel |
| tels | enkelvoud | tel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tel zijn vastgelegd.