carrousel
zelfstandig naamwoord kɑru'sɛlBetekenis
- een draaimolen
- een waterzuiveringsmethode
- een machine in een fabriek die (horizontaal) ronddraait, vaak gebruikt om een product te laten drogen of om een verpakking te vullen
- een ronde draaischijf in een keukenkast
Hoe spreek je carrousel uit?
/kɑruˈsɛl/
Carrousel bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɑ | bad |
| r | rood |
| u | boek |
| s | sok |
| ɛ | bed |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine, neuter
- een ronddraaiende kermisattractie
- een niet-homogene verzameling van iets (meestal in abstracte zin) figuratively
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| carrouselletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| carrouselletjes | verkleinwoord, meervoud |
| carrousels | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘draaimolen’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Woordfamilie van carrousel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| carrouselletje | verkleinwoord | carrousel |
| carrouselletjes | verkleinwoord meervoud | carrousel |
| carrousels | meervoud | carrousel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van carrousel zijn vastgelegd.