tabel
zelfstandig naamwoord taˈbɛlBetekenis
- een geordende lijst met gegevens
Hoe spreek je tabel uit?
/taˈbɛl/
Tabel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| a | maan |
| b | bak |
| ɛ | bed |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tabellen | meervoud |
| tabelletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tabelletjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘geordende lijst’ voor het eerst aangetroffen in 1399
Woordfamilie van tabel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tabellen | meervoud | tabel |
| tabelletje | verkleinwoord | tabel |
| tabelletjes | verkleinwoord meervoud | tabel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tabel zijn vastgelegd.