libel
zelfstandig naamwoord liˈbɛlBetekenis
- netvleugelig insect
- soort waterpas
- schotschrift, smaadschrift, lasterlijk pamflet, vlugschrift
Hoe spreek je libel uit?
/liˈbɛl/
Libel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| i | riet |
| b | bak |
| ɛ | bed |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- benaming voor insecten uit de orde Odonata, netvleugeligen met een lang achterlijf
- onderdeel van een waterpas in de vorm van een met vloeistof gevuld buisje met een luchtbel, gebruikt om een zuiver horizontale stand vast te stellen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| libellen | meervoud |
| libelletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| libelletjes | verkleinwoord, meervoud |
zelfstandig naamwoord — neuter
- publicatie waarin iets of iemand spottend wordt bekritiseerd
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [B] | canonical |
| libellen | meervoud |
| libelletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| libelletjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
[A 1] van Neolatijn libellula zn "waterpasje" (omdat de vorm van de larven aan een Romeins waterpas deed denken), in de betekenis van ‘insect’ aangetroffen vanaf 1761
Woordfamilie van libel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| libelletje | verkleinwoord | libel |
| libelletjes | verkleinwoord meervoud | libel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van libel zijn vastgelegd.