zonnecel
zelfstandig naamwoord ˈzɔnəˌsɛlBetekenis
- een toestel dat langs fotovoltaïsche of foto-elektrochemische weg de elektromagnetische energie van zonlicht omzet in elektrische of chemische energie, zonder deze eerst tot warmte te dissiperen
Hoe spreek je zonnecel uit?
/ˈzɔnəˌsɛl/
Zonnecel bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| ə | de |
| s | sok |
| ɛ | bed |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- toestel dat de elektromagnetische energie van zonlicht langs fotovoltaïsche of foto-elektrochemische weg direct omzet in elektrische of chemische energie (zonder deze eerst tot warmte te dissiperen)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zonnecellen | meervoud |
| zonnecelletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zonnecelletjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zon zn en cel zn met het invoegsel -e-
Woordfamilie van zonnecel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zonnecellen | meervoud | zonnecel |
| zonnecelletje | verkleinwoord | zonnecel |
| zonnecelletjes | verkleinwoord meervoud | zonnecel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zonnecel zijn vastgelegd.