matrijs
zelfstandig naamwoordBetekenis
- vorm die dient om meerdere gelijke producten te maken
- ijzer voor het maken van schroefdraden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| matrijzen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘holle vorm, gietvorm’ voor het eerst aangetroffen in 1567
Woordfamilie van matrijs
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| matrijzen | meervoud | matrijs |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van matrijs zijn vastgelegd.