botel
zelfstandig naamwoord boˈtɛlBetekenis
- hotel, gevestigd op een afgemeerde boot
- fles
- een drijvend hotel
Hoe spreek je botel uit?
/boˈtɛl/
Botel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| o | boot |
| t | tak |
| ɛ | bed |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| botels | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘drijvend hotel’ voor het eerst aangetroffen in 1965
Woordfamilie van botel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| botels | meervoud | botel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van botel zijn vastgelegd.