Naar de inhoud

opdrijven

iets naar boven toe doen bewegen

opdrijven

werkwoord /'ɔpdrɛɪvə(n)/

Betekenis

  1. iets naar boven toe doen bewegen

Hoe spreek je opdrijven uit?

/ˈɔpdrɛivən/

Opdrijven bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɔpdrɛivən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɔ bot
p pak
d dak
r rood
ɛi trein
v vis
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van opdrijven

opdrijvenhele werkwoord — dreef opverleden tijd enkelvoud — dreven opverleden tijd meervoud — opgedrevenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik drijf op dreef op
jij drijft op dreef op
hij, zij, het drijft op dreef op
wij drijven op dreven op
jullie drijven op dreven op
zij drijven op dreven op
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben opgedreven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent opgedreven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
dreef op verleden tijd
drijf op gebiedende wijs
er is opgedreven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was opgedreven impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd opgedreven impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt opgedreven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal opgedreven worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal opgedreven zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou opgedreven worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou opgedreven zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had opgedreven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had opgedreven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had opgedreven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden opgedreven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden opgedreven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden opgedreven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt opgedreven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb opgedreven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgedreven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben opgedreven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgedreven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben opgedreven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt opgedreven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgedreven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgedreven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is opgedreven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is opgedreven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
op te drijven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
op te zullen drijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
op zal drijven bijzin, toekomende tijd
op zou drijven bijzin, voorwaardelijk
op zouden drijven bijzin, voorwaardelijk
op zoudt drijven bijzin, voorwaardelijk
op zullen drijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
op zullen drijven bijzin, toekomende tijd
op zult drijven bijzin, toekomende tijd
opdreef bijzin, verleden tijd
opdreven bijzin, verleden tijd
opdrijf bijzin, tegenwoordige tijd
opdrijft bijzin, tegenwoordige tijd
opdrijvend onvoltooid, deelwoord
opgedreven verleden tijd, deelwoord
opgedreven te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgedreven te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgedreven te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgedreven te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgedreven te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgedreven worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgedreven zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgedreven zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgedreven zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgedreven zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
te hebben opgedreven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen opdrijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart opgedreven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgedreven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren opgedreven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgedreven voltooid, verleden tijd, derde persoon
was opgedreven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was opgedreven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was opgedreven voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd opgedreven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd opgedreven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd opgedreven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden opgedreven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden opgedreven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden opgedreven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt opgedreven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word opgedreven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden opgedreven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden opgedreven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden opgedreven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt opgedreven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt opgedreven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal opdrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal opdrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal opdrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal opdrijven bijzin, toekomende tijd
zal opgedreven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgedreven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal opgedreven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opgedreven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgedreven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal opgedreven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgedreven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn opgedreven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn opgedreven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn opgedreven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt opgedreven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou opdrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou opdrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou opdrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou opdrijven bijzin, voorwaardelijk
zou opgedreven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgedreven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgedreven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opgedreven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgedreven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou opgedreven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgedreven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgedreven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgedreven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) opdrijven op zou(dt) drijven bijzin, voorwaardelijk
zouden opdrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opdrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opdrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden opdrijven bijzin, voorwaardelijk
zouden opgedreven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgedreven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgedreven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgedreven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opgedreven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opgedreven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgedreven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgedreven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgedreven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt opdrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt opdrijven bijzin, voorwaardelijk
zoudt opgedreven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgedreven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgedreven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen opdrijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen opdrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opdrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opdrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen opdrijven bijzin, toekomende tijd
zullen opgedreven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgedreven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgedreven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgedreven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opgedreven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opgedreven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgedreven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgedreven zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgedreven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult opdrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van op bw en drijven ww

Woordfamilie van opdrijven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
dreef op verleden tijd opdrijven
dreven op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon opdrijven
drijf op gebiedende wijs opdrijven
drijft op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon opdrijven
drijve op woordvorm opdrijven
drijven op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon opdrijven
opdreef subordinate-clause, verleden tijd opdrijven
opdreven subordinate-clause, verleden tijd opdrijven
opdrijf subordinate-clause, tegenwoordige tijd opdrijven
opdrijft subordinate-clause, tegenwoordige tijd opdrijven
opdrijve with-subordinate-clause opdrijven
opdrijvend onvoltooid deelwoord opdrijven
opdrijvende woordvorm opdrijven
opgedreven voltooid deelwoord opdrijven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opdrijven zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over opdrijven

Hoe spreek ik opdrijven uit?
Zo spreek je opdrijven uit: /'ɔpdrɛɪvə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van opdrijven?
Opdrijven is een werkwoord. De betekenis is: iets naar boven toe doen bewegen.
Hoe vervoeg ik opdrijven?
Zo vervoeg je opdrijven zo: het voltooid deelwoord is opgedreven. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord opdrijven is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. D 2
  4. R 2
  5. I 1
  6. J 4
  7. V 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

opdrijven levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. D 2
  4. R 2
  5. I 2
  6. J 4
  7. V 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 21 zonder bonus
  11. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

opdrijven in het kort

opdrijven staat in dit woordenboek als werkwoord. Van opdrijven staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort opdrijven bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

opdrijven: iets naar boven toe doen bewegen
Deel opdrijven — standaardnederlands.nl