vangen
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- het te pakken krijgen van wilde dieren of mensen
- in de lucht onderscheppen (bijvoorbeeld|bijv. van een bal)
- verdienen van geld
- in één begrip samen te vatten
werkwoord
- in de lucht onderscheppen (bijv. van een bal) transitive
Vervoeging van vangen
vangenhele werkwoord — vingverleden tijd enkelvoud — vingenverleden tijd meervoud — gevangenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vang | ving |
| jij | vangt | ving |
| hij, zij, het | vangt | ving |
| wij | vangen | vingen |
| jullie | vangen | vingen |
| zij | vangen | vingen |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gevangen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gevangen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gevangen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gevangen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gevangen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gevangen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gevangen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gevangen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gevangen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gevangen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gevangen | verleden tijd, deelwoord |
| gevangen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gevangen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gevangen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevangen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevangen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevangen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gevangen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gevangen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gevangen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gevangen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gevangen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gevangen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gevangen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gevangen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gevangen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gevangen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gevangen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gevangen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gevangen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gevangen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gevangen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gevangen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gevangen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gevangen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gevangen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gevangen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gevangen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gevangen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te vangen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vangen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vang | gebiedende wijs |
| vange | aanvoegende wijs |
| vangend | onvoltooid, deelwoord |
| ving | verleden tijd |
| waart gevangen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gevangen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gevangen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gevangen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gevangen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gevangen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gevangen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gevangen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gevangen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gevangen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gevangen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gevangen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gevangen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gevangen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gevangen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gevangen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gevangen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gevangen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gevangen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gevangen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gevangen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevangen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gevangen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gevangen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevangen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gevangen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevangen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vangen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vangen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vangen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gevangen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gevangen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gevangen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gevangen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gevangen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevangen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevangen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gevangen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevangen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gevangen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevangen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevangen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevangen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vangen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vangen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vangen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gevangen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gevangen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gevangen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gevangen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gevangen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gevangen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gevangen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gevangen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gevangen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vangen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vangen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vangen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gevangen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gevangen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gevangen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vangen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gevangen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gevangen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gevangen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gevangen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gevangen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gevangen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gevangen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gevangen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gevangen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vangen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vangen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vangen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vangen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gevangen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gevangen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gevangen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vangen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord vang
Herkomst
In de betekenis van ‘pakken’ voor het eerst aangetroffen in 1279
Woordfamilie van vangen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vange | aanvoegende wijs | vangen |
| vangend | onvoltooid deelwoord | vangen |
| vangende | woordvorm | vangen |
| vangt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | vangen |
| ving | verleden tijd | vangen |
| vingen | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | vangen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vangen zijn vastgelegd.