jaeger
zelfstandig naamwoord ˈjeɣərBetekenis
- grof wollen weefsel voor onderkleding
- onderkleding van die stof
Hoe spreek je jaeger uit?
/ˈjexər/
Jaeger bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| j | ja |
| e | veel |
| x | acht |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| jaegertje | verkleinwoord, tweede persoon |
| jaegertjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Herkomst
eponiem, naar de 19e-eeuwse Duitse arts G. Jäger die in zijn boek uit 1880 Die Normalkleidung als Gesundheitsschutz pleitte voor het gebruik van wol in op de huid gedragen weefsels; in de betekenis van ‘wollen weefsel voor ondergoed’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1899
Woordfamilie van jaeger
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| jaegertje | verkleinwoord, 2e persoon | jaeger |
| jaegertjes | verkleinwoord | jaeger |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van jaeger zijn vastgelegd.